Bericht 1 @ do 23 nov 2006, 14:32
Belichting, samenhang diafragma, sluitertijd, iso
Belichting Een foto moet correct belicht worden, anders krijg je een overbelicht (te lichte kleuren, naar wit toe) of onderbelicht (te donkere kleuren, naar zwart toe) resultaat. Met andere woorden, er moet perfect de juiste hoeveelheid licht binnengelaten worden.
De correcte belichting voor een foto is de verhouding tussen drie factoren: de sluitertijd, het diafragma-getal en de filmgevoeligheid. Het is gebaseerd op volgende drie dingen:
Vergroten of verkleinen van de sluitertijd verdubbelt of halveert de hoeveelheid licht. Vergroten of verkleinen van het diafragma verdubbelt of halveert de hoeveelheid licht. Vergroten of verkleinen van de filmgevoeligheid, verdubbelt of halveert de gevoeligheid voor licht. Zodra je de ontspanner lichtjes indrukt, geeft elk reflextoestel met belichtingsmeter aan of de foto overbelicht, onderbelicht of juist belicht is. Het is dan een kwestie van de sluitertijd of het diafragma aan te passen tot de belichting correct is. De nieuwere fototoestellen doen de belichting, indien gewenst, volledig automatisch. Dit is erg gemakkelijk, maar zo verlies je wel een groot stuk controle over het resultaat
Voorbeelden Stel dat je met een film van 200 IS0, bij sluitertijd 1/250 en diafragma f/5,6 een correcte belichting hebt.
Als je nu telkens zowel de sluitertijd halveert als het diafragma verdubbelt, of omgekeerd, verkrijg je dezelfde belichting. Volgende combinaties zijn dus ook correct: 200 ISO, 1/1000, f/2.8 200 ISO, 1/500, f/4 200 ISO, 1/125, f/8 ...
Als je de filmgevoeligheid vergroot of verkleint, heb je respectievelijk half of dubbel zoveel licht nodig voor hetzelfde resultaat. Zo krijg je volgende correcte combinaties (ten opzichte van de begin-instelling) 400 ISO, 1/500, f/5.6 400 ISO, 1/250, f/8 Er zijn natuurlijk veel meer juiste instellingen dan hier weergegeven.
Belichtingscorrectie Probleem: de belichtingsmeter van een fototoestel is niet altijd juist! Onder de meeste omstandigheden is de belichtingsmeting correct, maar er zijn uitzonderingen:
Als je een foto neemt tegen het licht in, of als je een onderwerp fotografeert met een witte achtergrond, dan detecteert de belichtingsmeter te veel licht. Hij zal zich hieraan aanpassen, en je onderwerp zal onderbelicht worden. Als je een foto neemt tegen een zwarte achtergrond, zal de belichtingsmeter zich hier ook aan aanpassen en teveel licht binnenlaten, waardoor je onderwerp overbelicht zal zijn.
Oplossing Bij manuele belichtingsinstelling: doe een lichtmeting van dichtbij (ontspanner half ingedrukt) zodat je onderwerp zowat de hele zoeker inneemt. Stel zo de correcte belichting in, en neem dan met die belichtingsinstelling de foto van de oorspronkelijk geplande positie. Bij automatische belichtingsinstelling: de belichting wordt hier normaal constant aangepast als je de ontspanner half indrukt. Om dit te omzeilen beschikken de meeste toestellen over een knop voor belichtingsvergrendeling, vaak ook AE-lock genoemd (voor beschikbaarheid en positie hiervan: zie handleiding van je toestel). Dit werkt als volgt: je doet een lichtmeting van dichtbij (ontspanner half ingedrukt), en je drukt de knop AE-lock in, en je houdt die ingedrukt. De ontspanner mag je nu loslaten, maar de AE-lock niet! Ga nu naar de oorspronkelijke positie terug en neem de foto, met AE-lock nog steeds ingedrukt.
|